griffioengroen

Stichting Bomenbuurt Griffioen, Middelburg


1 reactie

BOOM van de maand september

BOOM van de maand september.
In de Esdoornlaan op de hoek met de Abelenlaan staat deze Linde
(tilia)


Een reactie plaatsen

NIEUWSBRIEF BOMENBUREN SEPTEMBER 2022

Bomenburen beeldmerk

Buurtvereniging ‘Over de Seisbrug’ en speeltuin ‘De Griffioen’

Dit keer twee stukjes ‘uit de oude doos’. Het artikeltje hier linksonder stond in de PZC van 3 juli 1951. Het 2e artikeltje was te lezen  in de PZC van 1 mei 1959.

Na de tweede wereldoorlog was er in Middelburg een groot gebrek aan huizen. Vooroorlogse plannen voor woningbouw buiten de vesten werden weer opgepakt en begin 1949 konden de eerste huizen in de nieuwe wijk Griffioen (nu Bomenbuurt) opgeleverd worden. In maart 1950 waren alle huizen klaar.

De nieuwe buurt was een kinderrijke buurt. Helaas was het streng verboden op de grasvelden te spelen of te voetballen. Daar stonden onderstaande bordjes. Maar op de rustige straten, waar weinig verkeer was, kon volop gespeeld en gevoetbald worden.

PZC 3 juli 1951   [ bron krantenbank Zeeland ]

Waarschijnlijk waren er actieve ouders in de buurt komen wonen want al kort na de bouw werd de buurtvereniging ‘Over de Seisbrug’ opgericht. Deze vereniging nodigde via een advertentie in De Faam van 28 juli 1950 heel de buurt uit voor een kinderfeest met een ‘gecostumeerde voetbalwedstrijd’. En vervolgens zette zij zich in voor een buurtspeeltuin. Een speeltuin, zoals zij schreven “in de omgeving van de buurt Seisweg, Seissingel, Jodengang en Park de Griffioen”. De speeltuin was dus niet alleen voor de kinderen uit de nieuw gebouwde wijk maar ook voor de kinderen uit de omgeving.Deze speeltuin kwam op een stuk grond tussen de Olmenlaan en de Seisweg. Zoals te lezen is hadden  ambachtsschoolleerlingen een mooie overdekte zandbak gemaakt.
Ria Nieuwenhuize-Lagendijk, die ook als kind al in onze wijk woonde, vertelde dat er verder o.a. wippen, grote en kleine schommels, een rekstok, een wipschommel en een glijbaan waren. Helaas was deze laatste van hout. Dat betekende dat er bij het afglijden ook wel eens splinters in je zitvlak kwamen. En de schommels hadden metalen stangen i.p.v. kettingen. Je kon er erg hoog mee maar het is daardoor ook wel eens voorgekomen dat iemand ermee over de kop ging.

De speeltuin was geen lang leven beschoren. In 1955 besloot het gemeente-bestuur tot de bouw van een lagere school en een ULO in de Olmenlaan. Daarvoor moest de speeltuin wijken. Maar het bouwterrein dat ervoor in de plaats kwam bood voor de kinderen uit de buurt in het eerste jaar nieuwe en uitdagende mogelijkheden.

PZC 1 mei 1959    [ bron krantenbank Zeeland ]

Ook de buurtvereniging hield het niet lang vol. Hiernaast is te lezen dat zij in 1959 al opgeheven werd. Het overgebleven geld kreeg een mooie maatschappelijke bestemming. Grappig is het te lezen dat er toen nog onbekommerd over “de oudjes” gesproken werd en dat de mannen “als extraatje een geurig pakje tabak aangeboden kregen”.    Beide zaken zouden nu heftige reacties oproepen.

 

*Deze nieuwsbrief Bomenburen verschijnt 6 X per jaar.
Voor het archief klikt u op  https://griffioengroen.com/voor-bewoners/over/


2 reacties

BOOM van de maand augustus

Boom van de maand augustus.
In de Tamariskenlaan /hoek Kornoeljelaan staat deze Grauwe Abeel
[ Populus canescens “Witte van Haamstede” ]

                                                                         Witte van Haamstede                                                                                                                                                                                                                                   


2 reacties

BOOM van de maand juli

BOOM van de maand juli
In de Griffioenstraat staat deze Gele Acacia
( Robinia pseudoacacia “Frisia” )

 


Een reactie plaatsen

NIEUWSBRIEF BOMENBUREN JULI 2022

Bomenburen beeldmerkDe bolwerken, een oude verdedigingslinie

Waarschijnlijk hebt u wel eens over de bolwerken gelopen, de oude verdedigingslinie van Middelburg. Maar konden deze lage wallen destijds de vijand wel tegenhouden? En waarom zijn er van die punten ingebouwd en lopen de bolwerken niet gewoon rond?

De huidige bolwerken zijn tussen 1595 en 1598 aangelegd. In de Middel-eeuwen was Middelburg een stad met muren en poorten. Maar toen het buskruit uitgevonden was en kanonskogels muren kapot konden beuken, bleek zo’n verdedigingslinie te kwetsbaar. Vanuit Italië kwam een nieuwe vorm van stadsbescherming over: hoge aarden wallen waarin kanonskogels smoorden.

In 1568 kwam in Nederland in opstand tegen Spanje (de Tachtigjarige Oorlog). In Zeeland begon deze op 6 april 1572 toen Vlissingen de zijde van de Prins van Oranje koos. Kort daarna beheersten de geuzen heel Walcheren, behalve Middelburg. Daar hield het Spaanse garnizoen nog stand. Door gebrek aan voedsel moest Middelburg zich na een lange belegering begin 1574 toch overgeven. Al snel daarna herstelde de stad zich weer van de oorlogsschade en namen handel en welvaart weer toe. Daardoor was er geld om nieuwe verdedigingswerken aan te leggen.
Ook was, na de val van Antwerpen in 1585, door de komst van vluchtelingen de bevolking flink toegenomen.  Daarom werd bij de bouw van de nieuwe verdedigingswal in 1595 de stad tegelijk ‘uitgelegd’. De oppervlakte van Middelburg werd bijna twee keer zo groot. Er waren acht stadspoorten: de Zuiddampoort, de Noorddampoort, de Koepoort, de Noordpoort, de Seispoort, de Langevielepoort, de Vlissingsepoort en de Segeerspoort.
Een vestinggracht (de Vest) maakte de verdedigingslinie compleet.

Wij spreken nu wel over de ‘bolwerken’ maar eigenlijk is een bolwerk (of een bastion) een uitspringend verdedigingswerk van aarde of van steen dat deel uitmaakt van een vesting. Vanuit dit vooruit stekende punt kon naar verschillende kanten geschoten worden. Oorspronkelijk werd er daarom gesproken over de wallen + de bolwerken waarbij de bolwerken de uitspringende punten waren. Rond Middelburg werden in de wallen dertien van deze bolwerken aangelegd. Daarvan zijn er nu nog tien over.

WALLEN EN BOLWERKEN MIDDELBURG

Ruim 150 jaar later kon in het boek ‘De Tegenwoordige Staat van Zeeland’ nog geschreven worden: “Zy (de stad Middelburg) is omringd van een wyde, versche en vischryke Gragt, vermaaklijk en rondom sierlyk beplante Buiten-singels, met een groote menigte aangenaame Speeltuinen, ook hier en daar met grasryke Weiden en Bleekeryen omzoomd; ’t geen zuivere Lugt veroorzaakt; zoo dat de inwooners, volgens ’t oordeel der Geneesheeren, daar door weinig van wateragtige of besmettelyke Ziekten aangetast worden. Zy is met dertien Aarden Bolwerken, en ter wederzyde van de Haven ter dekkinge van de zelve, met eenen Steenen Punt voorzien. Zy heeft agt Poorten (…).”

Natuurlijk waren de wallen en bolwerken oorspronkelijk veel hoger en steiler dan nu. Vergelijk bijv. de wallen van Hulst. Maar in de 19e eeuw hadden deze verdedigingswerken geen militaire betekenis meer. Middelburg was verarmd, er was veel werkeloosheid en er was weinig belangstelling voor het behoud van monumenten. Dit alles leidde ertoe dat de bolwerken in de jaren 1841-1848 als sociale werkverschaffing door werkelozen afgegraven werden. Onder leiding van tuinarchitect K.G. Zocher werden ze omgevormd tot wandelgebieden en plantsoenen. De stadspoorten werden afgebroken, behalve de Koepoort. Die was al eerder een sierpoort geworden.  Een volgende ingrijpende verandering had was in de jaren 1867-1872. Door de aanleg van de spoorlijn en het graven van het kanaal door Walcheren verdween in het zuidoosten een deel van de omwalling en ook drie bolwerken. De rest van de bolwerken bleef een wandelgebied rond de stad met een fraai uitzicht over het omliggende landschap. Zij vormden lang de grens van Middelburg. Bebouwing buiten de Vesten was er nauwelijks.

1947.  Prinses Juliana plant een kastanjeboom op het Seisbolwerk

In oktober 1944 bombardeerden de geallieerden de dijken van Walcheren. Het zoute water kwam tot de bolwerken en de begroeiing liep onherstelbare schade op. Onder leiding van landschapsarchitect C.P. Broerse (die ook het groenplan van onze Bomenbuurt ontworpen heeft) werden de bolwerken na de oorlog opnieuw beplant. De start was op de Boomplantdag in november 1947 toen bij de molen op het Seisbolwerk een kastanje gepland werd.

In latere jaren had het onderhoud van het groen op de bolwerken niet altijd prioriteit. Reden waarom de stichting ‘Vrienden van Middelburg’ deze verwaarlozing onder de aandacht van het gemeentebestuur bracht. In opdracht van de gemeente werden vervolgens de bolwerken van 2005 tot 2007 in lijn van het ontwerp van Broerse hersteld. Zodat je nu een gezonde wandeling over de bolwerken kunt maken, over half-verharde paden, met hier en daar een informatiebordje en een bankje om even rustig te zitten.

Wist u dat …

    • De heg/haag van uw tuin van de gemeente Middelburg is en er ook daarom geen schuttingen geplaatst mogen worden?
    • De gemeente als eigenaar deze heg zou moeten onderhouden?
    • De gemeente dit uitbesteed heeft aan ons als Stichting Bomenbuurt en wij daarom 2x per jaar de heggen (moeten) snoeien?
    • De heggen niet hoger mogen zijn dan 1.80 meter?
    • Bewoners aan kunnen geven zelf hun heg te willen onderhouden (maar dit dan natuurlijk wel moeten doen) en daarbij ook rekening moeten houden met deze maximale hoogte?
    • Wij op 30 mei voor de eerste keer de heggen gesnoeid hebben en daarbij veel last gehad hebben van hondenpoep op de grasvelden? BAH!
    • Wij op maandag 22 augustus voor de tweede keer willen snoeien en u dan uw snoeiafval weer bij ons afval kunt gooien?

 

*Deze nieuwsbrief Bomenburen verschijnt 6 X per jaar.
Voor het archief klikt u op  https://griffioengroen.com/voor-bewoners/over/


1 reactie

NIEUWSBRIEF BOMENBUREN MEI 2022

Bomenburen beeldmerk

Het Olmenpleintje

Nee, een officiële naam is het niet en op Google Maps zul je het tevergeefs intikken maar het is er wel: het Olmenpleintje op de hoek van de Olmenlaan en de Berkenlaan. Met een steeds mooier wordende vleugelnoot in het midden, een paar spelletjes (alleen voor kinderen?) en met bankjes in de zon of, als het warm is, in de schaduw van de boom.
Vóór 2009 was daar een grasveld en aan de overkant van de Olmenlaan stonden schoolgebouwen. Die zouden afgebroken worden en er zouden woningen voor senioren komen (wat nu de Olmenhof is). Het toenmalige bestuur van onze stichting wilde voor die ouderen een rustig plekje in de zon creëren. Dat werd het Olmenpleintje. Met financiële ondersteuning van Woongoed, het Oranje Fonds en de gemeente Middelburg kon dit gerealiseerd worden. Ter gelegenheid van de opening dichtte de stadsdichter Johannes Herman Buma:

Een plein voor allen
Ze legden in de wijk een plein aan
om te toeven, het heeft een plaats
gekregen tussen nieuw en oud,
ten behoeve van gevestigde en
gekomen bewoners van rondom

Kinderen spelen op het groen
ouderen onthaasting doen, kunnen
verpozen schaduw en zon hier zal
de lucht klinken aangenaam
tussen beminde bomen zitten
op blanke planken in elk seizoen
moet het hier te doen zijn even geen
bezorgdheid vrij van vlijt

Elkaar begroeten hier ontmoeten in de
houten rust; bewust aanwezig op dit
plein, hoeft niemand nog eenzaam te zijn.

 

De eerste jaren was het pleintje nog een beetje kaal: alleen bankjes, een jonge boom en een beginnend heggetje.
Bij het 10-jarig bestaan van onze stichting (in 2015) zijn daar de speeltoestellen bij gekomen. En inmiddels is het pleintje een fijn plekje om even rustig in de zon te zitten. Je ziet dan ook steeds meer mensen daar gebruik van maken.

 

Met opzet werd in het midden een vleugelnoot (Pterocarya ) geplant, een snelgroeiende boom met een laaghangende, brede en dichte kruin. De vrucht is een kleine noot waar twee schutbladen omheen zijn gevormd als een soort vleugels.  De Nederlandse en de wetenschappelijke naam van de boom slaat op deze vruchten (pteron = gevleugeld, karyon = noot). De nootjes hangen met velen bij elkaar in lange trossen aan de boom. Deze trossen blijven in de winter aan de boom en vallen pas in het voorjaar af.

Een vleugelnoot heeft licht en ruimte nodig en dan kan hij zich tot een prachtige en imposante boom ontwikkelen. Een nadeel van deze boom is wel dat hij aan de oppervlakte wortelt. Daardoor is de vleugelnoot niet geschikt als straatboom. De wortels duwen de straatverharding omhoog. Ook op het Olmenplein duwen de wortels de verharding omhoog. Daarom hebben we in maart het pleintje wat minder ongelijk gemaakt door er hier en daar verharding bij te storten. Tegelijk zijn de bankjes verstevigd.

Hoe geweldig een vleugelnoot kan worden zie je bijvoorbeeld aan de vleugelnoot in de tuin van het Gasthuis op het Noordpoortplein. Het is de dikste en oudste vleugelnoot van Nederland en won in 2020 bijna de titel ‘Boom van het Jaar’. Zover is onze boom op het Olmenpleintje nog lang niet maar hij stamt in ieder geval uit een goede familie.

Kunnen onze huizen beter? Meedenkers gevraagd!

In 2011 zijn alle woningen in onze Bomenbuurt grondig gerenoveerd met als doel hen van energielabel F naar label B of C te brengen. De gevels kregen opnieuw spouwisolatie, in de woonkamers kwamen kozijnen met HR++ glas, de dakisolatie werd vernieuwd, de Cv-ketel vervangen en wie wilde kreeg een isolerende betonvloer i.p.v. de houten vloer.

Inmiddels zijn we 10 jaar verder en Woongoed wil nu graag weten hoe na 10 jaar de staat van de woningen is en ook hoe het nu met de flora en fauna in de Bomenbuurt gaat. Wat zou er anders of beter moeten?
Voor dit onderzoek schakelt Woongoed specialisten in die steekproefs-gewijs de buurt doorlichten en met conclusies en aanbevelingen zullen komen.

Maar een heel ander soort deskundigen zijn wij als bewoners. Wat zijn onze ervaringen en adviezen? Wat zouden wij graag anders willen? Wat moet meer aandacht krijgen? Daarom wil Woongoed een klankbordgroep van bewoners opzetten. De leden zien de conclusies en aanbevelingen van de onderzoeken, denken mee met de plannen, halen meningen van buurtbewoners op en geven deze weer door. Op die manier worden wij als bewoners zoveel mogelijk betrokken bij wat gedaan zou moeten worden. Liefst heeft Woongoed daarbij een vertegenwoordiger per straat en een spreiding in leeftijd, gezinssamenstelling en van bewoners die al lang in de Bomenbuurt wonen en van bewoners die er nog maar kort wonen.

Als Stichting Bomenbuurt (en tegelijk bewonerscommissie) hebben wij onze medewerking toegezegd. Daarom krijgt u de uitnodiging van Woongoed om mee te denken tegelijk met deze ‘Bomenburen’. Meedenkers gevraagd!

Heggen snoeien en uw tuinafval

Tweemaal per jaar snoeien wij heggen in de Bomenbuurt. Onze eerste snoeidag zal zijn op maandag 30 mei. Het snoeiafval wordt aan het begin van de Olmenlaan en bij de vijver in de Kornoeljelaan verzameld. U kunt uw snoeiafval erbij doen. Het wordt door de gemeente opgehaald.

*Deze nieuwsbrief Bomenburen verschijnt 6 X per jaar.
  Voor het archief klikt u op  https://griffioengroen.com/voor-bewoners/over/


Een reactie plaatsen

NIEUWSBRIEF BOMENBUREN MAART 2022

Bomenburen beeldmerk

2022: het jaar van de merel

Half januari hoorden we hem al: de merel! Beter gezegd: de merelman. Zo hoog mogelijk in een boom of op een schoorsteen gezeten stuurt hij zijn roep, fluitjes en trillers de lucht in. “Laat iedereen mij maar horen. En laten vooral mijn rivalen het horen!” Want dat is de bedoeling van zijn gezang. Een eigen territorium claimen en afbakenen. En vervolgens een vrouwtje lokken. Toch: al doen al deze mannetjes nog zo hun best om voor nageslacht te gaan zorgen, het gaat met de totale merelstand niet zo goed. Daarover straks meer.

De wetenschappelijke naam van de merel is Turdus merula. Het is een zangvogel uit de familie van de lijsters (Turdidae). Het mannetje is overwegend zwart en heeft een gele oogring en een oranje/gele snavel. Het vrouwtje en de mereljongen hebben een meer camouflerend, donderbruin verenkleed. De merel wordt tussen de 1 en 5 jaar oud.

MEREL-MAN

De merelzang kent iedereen. Het staat bekend als een van de mooiste vogelgeluiden. Vooral in het voorjaar is het geluid overal te horen. Maar het is niet steeds hetzelfde liedje. Voortdurend zijn de merelmannen hun melodietjes aan het bijschaven en veranderen. Dan halen ze er een noot af, dan weer een riedeltje erbij. En door het voortdurend repeteren verbetert hun zang aanzienlijk. Oudere merels zijn dan ook betere zangers. Zij hebben een ruimer repertoire en minder herhalingen dan jongere merels die pas aan het begin van hun zangcarrière staan. In de hoop dat een vrouwtje van hun mooie zang onder de indruk raakt.

Tussen januari en april zijn de mannetjes druk bezig hun territorium af te bakenen. Het is een paar tuinen groot en over de grenzen wordt voortdurend getwist. Als een tegenstander over jouw grens komt, vlieg je er heen en hop je met laag gehouden kop in zijn richting. Hij hopt of vliegt dan wel terug naar zijn eigen terrein maar wanneer jij te ver gaat, draait hij zich om en moet jij terug. Grensverdediging is een zaak van steeds alert zijn, zelfs nog in de broedperiode.

MEREL-VROUW

Het krachtig zingende mannetje probeert natuurlijk de aandacht van een vrouwtje te trekken. Zij moet tussen al die lokkers een keuze gaan maken. Na de paring bouwt zij binnen zijn territorium het nest. Liefst in dichte klimop of dicht struikgewas. Dat bouwen doet zij op haar eentje. En ook het bebroeden van de vier tot zes eieren is haar taak. Vadermerel komt pas in actie nadat de eieren na ongeveer twee weken zijn uitgekomen. Dan zorgen pa en ma samen voor voedsel voor hun kroost. In het gras en tussen de planten worden wormen en insecten gezocht en vervolgens vliegen ze af en aan met een bek vol voer. Wanneer een ouder op het nest landt, sperren de jongen hun snavel wijd open. De snavel van de jongen is aan de binnenkant fel gekleurd, voor de ouders een stimulerende prikkel om wat in dat open bekje te stoppen.

Na ongeveer twee weken verlaten de jongen het nest, eigenlijk nog voordat ze goed kunnen vliegen. Vaak vallen ze daardoor ten prooi aan katten of roofvogels. Nadat de jongen uitgevlogen zijn, gaat het mannetje nog tot zo’n twee weken door met voeren van de steeds zelfstandiger wordende jongen. Het vrouwtje begint vaak alweer met de bouw van het volgende nest. Of met restaureren van het bestaande nest wanneer dat goede diensten bewezen heeft. Merels hebben twee of drie nesten per jaar.  Ondanks de verliezen door katten en roofvogels nam daardoor het aantal merels in Nederland steeds toe.

Tot 2016. Vanaf dat jaar verdween bijna een derde van de populatie. Waarschijnlijk voor een deel als het gevolg van het Usutu-virus, een virus dat door muggen overgebracht wordt. Maar ook droge zomers (minder voedsel) en toenemende verstening van tuintjes (minder schuilplekken en voedsel) kunnen een rol spelen. De precieze oorzaken zijn nog niet bekend. Maar deze afname is wel een reden dit te gaan onderzoeken. Daarom roepen Vogelbescherming Nederland en Sovon het jaar 2022 tot het jaar van de merel uit.

In dit jaar zal er onderzoek gedaan worden naar het aantal merels, hun voedselbronnen, hun nesten enz. Iedereen kan daaraan een bijdrage leveren ( http://www.sovon.nl/nl/merelnesten-gezocht). Daarnaast zal de Vogelbescherming in 2022 extra aandacht vragen voor het belang van vergroening in plaats van steeds meer stenen en tegels in de tuinen. 

MEREL-MAN

Tuinvogeltelling 2022

In het weekend van 29 en 30 januari vond de jaarlijkse tuinvogeltelling plaats. Zo’n 170.000 mensen deden mee. Vogelbescherming Nederland had de tellers gevraagd om dit jaar extra op de merel te letten want bij het begin van de jaarlijkse telling, in 2003, werd deze vogel nog in 9 van de 10 tuinen gespot en in 2016 nog maar in twee derde van de tuinen. Maar: eindigde de merel vorig jaar op de vierde plaats in de totale telling, nu eindigde hij na lange tijd weer op de derde plek. Misschien een teken van een voorzichtig herstel. In de komende jaren zal moeten blijken of het herstel zich doorzet.
Voor wat de wijk Griffioen betreft:
er waren 51 deelnemers die samen 769 vogels geteld hebben.
De koolmees stond bij deze telling op plek 1, de merel op 2, de kauw op 3, de Turkse tortel op 4 en de huismus op 5.


Een nieuwe sociaal wijkbeheerder

In 2021 heeft Woongoed in alle wijken een sociaal wijkbeheerder aangesteld. De bedoeling is dat huurders bij vragen of problemen contact kunnen zoeken met deze wijkbeheerders. Hij of zij kan gemakkelijker verbinding maken tussen huurders, partners in de wijk en medewerkers op kantoor.
Indien nodig kan hij snel hulp van Woongoed inzetten of hulp bij bijv. sociale problemen zoeken.
De wijkbeheerder  is regelmatig in de wijk aanwezig en ziet daardoor zelf ook sneller problemen of verbeterpunten. Daarom hoort ook bij zijn taak zelf een huurder zo nodig aan te spreken op zaken die veranderd zouden moeten worden.

Onze vorige wijkbeheerder heeft een andere taak binnen Woongoed gekregen. Sinds half januari is Jason van Pul in dienst van Woongoed gekomen om sociaal wijkbeheerder te zijn voor de Stromenwijk, ’t Zand, de Griffioen en Klarenbeek. En dus ook voor de Bomenbuurt. Wij heten hem van harte welkom en zien uit naar een goede samenwerking.
U kunt hem bereiken via het mailadres jvpul@woongoed.nl

*Deze nieuwsbrief Bomenburen verschijnt 6 X per jaar.
  Voor het archief klikt u op  https://griffioengroen.com/voor-bewoners/over/